Home
Over ons
Activiteiten
Onze natuurgebieden
Molenheide
Meren-Kalsterbos-Elsleuken
Blakers-Meertsels
Achter Schoonhoven
Vorsdonkbroek-Turfputten
Speelhoven
Tienbunderbos
Project GAMELA
Fotorama
Natuurstudie
Filmpjes
Interessante links
Wij zoeken
Met dank aan
Gastenboek
Contact en info
 





Het grootste en meest bekende gebied van die regio is wellicht 'de Langdon­ken' in Herselt (provincie Antwerpen). Hier hebben de Herseltse collega's van de vereniging Natuurpunt de laatste 20 jaar hard gewerkt om een natuurreser­vaat van bijna 100 hectare (± 200 voetbalvelden groot) te ontwikkelen. Ook op Aarschots grondgebied valt er echter heel wat te beleven. De natuur houdt zich immers niet aan 'menselijke' grenzen. Aan de overkant van de Herseltse Langdonken liggen op Langdorp 'de Blakers' en 'In de elzen; samen goed voor meer dan 50 hectare natuurgebied. Althans wettelijk natuurgebied, want spijtig genoeg grepen er de laatste tientallen jaren allerlei ingrepen plaats waardoor veel natuur verloren ging. De bouw van weekendverblijven en zelfs een kleine villaverkaveling, het ophogen of volstorten van laagtes, het vaak syste­matisch afsluiten van percelen met hoge omheiningen, het kunstmatig volplanten van de donken met donkere dennenbossen, de zware vervuiling van de Kalsterloop zelf enz. Natuurpunt zou met het gebied de omgekeerde weg opwillen. Bijna de helft van de natuurrijke percelen kon de laatste jaren worden aangekocht. Daarmee zijn ze alvast voor verder kwaad behoed en kan herstel worden ingezet. De aard van de bodem laat een be­paalde plantengroei toe. Aan elke specifieke vegetatie is een bepaald dierenleven gekoppeld. Omdat het gebied op de overgang van de zandige Kempen naar het Hageland ligt komen alle soorten grond voor: van arme zand tot vette klei. Die verscheiden­heid resulteert in een breed spectrum

aan planten- en diersoorten. In het moeras groeien hoge rietstengels, de witlilla bloeiende waterviolier en dooiergele dotterbloemen door mekaar. De elzenbossen zijn bijna ondoordringbaar, mede door de wild slingerende lianen van de wilde hop of de kamperfoelie. Zo'n plekken vormen een ideale schuilplaats voor reeën en zeldzame vogelsoorten als blauwborst en waterral, door de meeste mensen nog nooit gezien. Op de zandige plaatsen komen eikenbosjes voor en hier en daar nog plekjes heide - een glimp van de oude Kempen. Op de overgang tussen de schrale donken met meestal eikenhout en de rijke moerasgronden kwamen vroeger de 'blauwgraslanden' voor: hooilanden die tot een 50-tal jaren geleden door de boeren jaarlijks met handkracht werden gemaaid. Mesten of spuiten was er toen nog niet bij. Ze kenden een weelde aan bloemen: orchideeën zoals gevlekte orchis, brede orchis en welriekende nachtorchis, verder klokjesgentiaan, blauwe knoop, heide­kartelblad, teer guichelheil en moeras­viooltje. Door het stopzetten van het maaibeheer groeide alles snel dicht en op andere plaatsen deed men er nog een schepje bovenop door het aan­planten van populieren. Met de bloemen verdwenen ook de vlinders en sommige insectenetende vogels zoals het Paapje.

Natuurpunt wil een deel van de vroe­gere pracht herstellen en er voor zorgen dat mensen er van kunnen genieten. Het is in eerste instantie belangrijk dat verdere 'privatisering' en het afsluiten van natuur met hoge omheiningen wordt tegengegaan. Natuurpunt wil een aantal wandelpaden aanleggen die langs de landschappelijk mooiste plaatsen voeren. Om voor het afwisselende landschap te zorgen steken vrijwilligers van Natuurpunt regelmatig de handen uit de mouwen om plaatselijk te maaien, hakhout of

knotwilgen te snoeien of heide te verjongen. Alle hulp is hiervoor welkom.